Impressie van 7e
Baksteen MasterClass op donderdag 24 september
2009, in het Keramisch Huis te Velp
Joris Molenaar: “Door middel van het
juiste reliëf kan je bij een baksteengevel
vervuiling zodanig sturen dat het werkt als oogschaduw.
Het versterkt daardoor het karakter van het gebouw”.
Op donderdag 24 september 2009 vindt voor de zevende
keer in successie de MasterClass Baksteen plaats.
Tegen acht uur druppelen de eerste deelnemers
al binnen voor het ‘voorprogramma’.
Het zijn meest representanten van de jongere garde
architecten die verwachtingsvol het Keramisch
Huis in Velp betreden.
Nieuwe opzet
Voor een optimale interactie met de deelnemers
is er dit jaar voor het eerst gekozen voor een
opzet waarbij de deelnemers daadwerkelijk met
elkaar aan het werk moeten met een door de Masters
opgestelde ontwerpopdracht. Om voldoende tijd
te creëren vormt daarom de ‘Technische
Workshop’ het facultatieve voorprogramma.
Genoeg reden voor tweederde van deelnemers van
de MasterClass om extra vroeg op te staan. KNB-ers
Gerard Westenbroek en Arie Mooiman behandelen
de technische onderwerpen waarvoor de deelnemers
de meeste belangstelling hebben: verwerkingstechnieken,
baksteenkeuze, voegwerk en detaillering voor een
mooie veroudering.
MasterClass en Duurzaamheid
De MasterClass Baksteen 2009 wordt om tien uur
geopend door KNB-directeur Ewald van Hal waarna
Arie Mooiman het woord neemt om de MasterClass
de rest van de dag in goede banen te leiden: “Bij
de afgelopen MasterClasses lag de nadruk op lezingen,
dit keer is het veel interactiever. U gaat met
elkaar aan het werk.” Het dagthema is Duurzaamheid
en Baksteenmetselwerk. Daarom belicht Mooiman
eerst diverse statements die de deelnemers voor
aanvang van de MasterClass over dit onderwerp
hebben ingebracht en vergelijkt deze met argumenten
zoals die door KNB worden gehanteerd.
De argumenten van de deelnemers hebben vooral
betrekking op de onverwoestbaarheid en lange levensduur
zonder onderhoud aan baksteenmetselwerk. Daarnaast
zijn het gebruik van metselbaksteen om mooie,
dierbare gebouwen te maken en cultuurhistorische
waarden veel gehoorde uitgangspunten van de architecten.
Mooiman benadrukt ook enkele minder gehoorde argumenten
zoals ‘klei is een natuurlijke, ruimvoorradige
en zelfs hernieuwbare grondstof’ en ‘kleiwinning
geeft nieuwe natuur en rivierveiligheid’.
Ten slotte passeren de mogelijkheden voor hergebruik
de revue.
Ontwerpopdrachten
Vervolgens is het woord aan de Masters; Joris
Molenaar (Molenaar en Van Winden architecten,
Delft) en Rudy Uytenhaak (Rudy Uytenhaak architectenbureau,
Amsterdam). Uytenhaak werd in 2009 verkozen tot
architect van het jaar waarbij de jury het bureau
prees omdat het al jaren veel werk van duurzaamheid
maakt. De opdracht van Rudy Uytenhaak is vrij
abstract en betreft het maken van een binnen-buiten
situatie gebaseerd op een schetsmatige aangegeven
plattegrond (twee in elkaar grijpende ‘nietjes’)
waarin het metselwerk ruimtelijk en constructief
betekenis moet krijgen. Van daaruit dient in samenhang
en detail de articulatie van het materiaal te
worden bewerkt.
Joris Molenaar heeft een andere uitdagende en
inspirerende opdracht waarbij de textuur en het
patroon van de baksteenhuid karakter aan een concreet
gebouw moet geven en waarbij een visie op de samenhang
met de raamvormen van belang is. De gekozen steen
en de ontworpen textuur moeten bovendien een mooie
veroudering garanderen.
Uitwerking
De ongeveer 30 deelnemers worden in groepjes van
drie verdeeld. Na kort overleg wordt per groep
voor één van de opdrachten gekozen.
Gedurende de dag wordt intensief gewerkt aan de
uitwerking. Daarbij wordt er vurig gediscussieerd,
intensief geschetst en getekend en zelfs met behulp
van bakstenen geëxperimenteerd met patronen.
De workshop wordt tweemaal onderbroken door de
bijdragen van de Masters die hun visie op de toepassing
van baksteen geven.
Molenaar
Joris Molenaar geeft in zijn presentatie prachtige
voorbeelden van de wijze waarop metselbaksteen
karakter en identiteit aan een gevel kan geven.
Geïnspireerd door de ‘eigen’
steen van Rudy Uytenhaak (1992, Nieuw Sloten)
wilde Molenaar ook graag een steen ontwerpen.
Molenaar wilde juist in de meest elementaire baksteenvorm,
vormbak, een vormsteen ontwerpen. Een vormsteen
waarmee een zeer afwisselend gevelreliëf
kan worden gecreëerd, ofwel in de woorden
van Joris Molenaar: ‘metselwerk als een
kabeltrui’. Dat werd de Diabolo steen. Molenaar
laat verder zien dat door middel van het juiste
reliëf je bij een baksteengevel vervuiling
zodanig kunt sturen dat het werkt als oogschaduw.
Vervuiling wordt dus niet als hinderlijk ervaren
maar versterkt juist het karakter van het gebouw.
Hij is een voorstander van de architectuur "van
de lange lijnen". Daarbij wordt opnieuw invulling
gegeven aan de kennis die we hebben. Banden in
de gevels en ornamentiek zorgen er bijvoorbeeld
voor dat de gevels zich goed houden door de tijd
heen. Het oude bakstenen gebouw waarin nu de studenten
Bouwkunde zitten van de TU/Delft is bijvoorbeeld
een prachtig voorbeeld van duurzaamheid en hergebruik.
De detaillering is zeer goed en zorgt voor een
mooie veroudering en het gebouw blijkt bijzonder
flexibel voor nieuwe gebruikers.
Uytenhaak
Rudy Uytenhaak had in het begin niet zoveel met
materialen en al helemaal niet met baksteen. Hij
kreeg immers toch nooit de kleur en vorm die hij
graag wilde. Dit altijd onder het mom van "het
is een natuurproduct".
Het gaat in architectuur om ruimte. En ruimte
maak je met licht, maat en materiaal. Bij zijn
eerste projecten ging het vooral om moderniteit
en niet om de materialen. Als het al keramiek
moest zijn dan maar met dubbel-hardgebakken tegels
of een zeer strakke strengperssteen. Volgens Uytenhaak
is rond 1970 in Nederland zo´n beetje het
slechtste gebouwd wat er mogelijk is. De veroudering
van deze gebouwen is het probleem, er bleef niets
over van de mooie metselwerk gebouwen die honderden
jaren daarvoor waren gebouwd en die als voorbeeld
moesten dienen. Het werden slappe aftreksels,
"alsof je viermaal thee zet uit hetzelfde
zakje". De omslag in het gebruik van metselbaksteen
is voor Uytenhaak rond 1992 gekomen toen hij met
veel moeite een "eigen" steen met een
afgeschuinde kant mocht toepassen in het project
"Nieuw Sloten". Het ging hem daarbij
niet om de kleur. Licht en schaduw waren belangrijker
dan de klei. Sinds die tijd gebruikt deze Master
in veel projecten baksteen, maar meestal wel in
een ongebruikelijke vorm. Vele aansprekende en
bijzondere voorbeelden volgen.
Afsluiting
Aan het eind van de dag presenteren de groepjes
om de beurt vol vuur de uitwerkingen van de gekozen
opdracht voor de totale groep. De Masters stellen
de nodige vragen, geven complimenten en geven
suggesties voor verbetering. Om ongeveer vijf
uur is het mooi geweest. De dag wordt afgesloten
en onder het genot van een hapje en drankje wordt
nog lang nagesproken over deze enerverende dag.
Dat een en ander tot mooie samenwerking en inspiratie
heeft geleid blijkt ook uit een reactie die KNB
van een deelnemer ontving:
“Voor mij was dit een zeer geslaagde dag.
Ik heb nog lang nagedacht over diverse uitspraken
van de Masters.
Twee hele leuke uitspraken:
Joris Molenaar: "Er is niets zo ouderwets
dan altijd modern willen zijn".
Rudy Uytenhaak citeert Louis Kahn: "Steen,
wat wil jij? Waar en hoe voel je je het prettigst?"
Natuurlijk blijft het antwoord van de steen altijd
een interpretatie van diegene die de vraag stelt.
Zo niet, dan heb je het ultieme als mens bereikt.
Het is goed voor architecten om met elkaar
in discussie te blijven en te worden gevoed door
de fabrikanten van de diverse producten."
Samengevat mag worden gesteld dat de nieuwe opzet
van de MasterClass Baksteen met de architecten
aan het werk afgewisseld met presentaties vanuit
KNB en de Masters geslaagd is en beslist een vervolg
zal krijgen in de MasterClass 2010.
Bekijk hier
de sfeerimpressie MasterClass
Baksteen 2009.