Succesvol
congres in Brussel over ‘sustainability’
van de keramische industrie
EU-commissaris Erkki Liikanen opende op dinsdag
27 januari jl. in Brussel een goed bezocht congres
over ’The future of the European Ceramics
and Glass industries’.
Onder de subtitel ‘Creating the conditions
for sustainability’ gingen fabrikanten van
glas- en keramische producten, medewerkers van
de Europese Commissie, vertegenwoordigers van
organisaties van werknemers en ondernemers in
deze sectoren én europarlementariërs
met elkaar in debat over de aspecten die bij dit
onderwerp van belang zijn.
Sustainability heeft zowel een economische, ecologische
als sociale dimensie.
Eerst en vooral is nodig dat sprake is van een
voldoende en gelijkwaardige ruimte voor innovatie
en ondernemerschap. Een voor allen gelijk ‘’level
playing field’’ is van essentieel
belang. De aanwezige fabrikanten spraken hun ongerustheid
uit over de te verwachten groei van de import
uit niet EU-landen waaronder China na 1 januari
2005. Met name fabrikanten van tegels en servies
is dit een doorn in het oog nu China voor importproducten
zware tariefbarrières kent. Luitwin von
Boch, lid van de Raad van bestuur van Villeroy
& Boch, herhaalde enkele keren dat lage afzetprijzen
investeringen onrendabel maken en op termijn onvermijdelijk
zullen leiden tot werkloosheid in de EU door verplaatsing
van productie naar lagelonenlanden. Dit temeer
doordat transportkosten steeds meer verwaarloosbaar
worden.
Op de ecologische oftewel milieukant van sustainability
werd ingegaan door (onder meer) Catharine Day,
Directeur Generaal van het EU-DG Environment.
Zij behandelde actuele EU-dossiers als greenhousegas,
emissiehandel, IPPC, REACH (stoffenbeleid) en
Resource and Recycling (hergebruik).
Naar de opvatting van mevrouw Day zijn industrie-
en milieupolitiek complementair aan elkaar. Het
creëert nieuwe uitdagingen en technologische
innovatie. Teneinde daarbij de realiteit niet
uit het oog te verliezen nodigde nodigde mevrouw
Day de glas- en keramische industrie nadrukkelijk
uit voor overleg met haar afdelingen over deze
dossiers.
Opmerkelijk was dat mevrouw Day moest erkennen
dat huishoudens en het verkeer feitelijk grotere
boosdoeners zijn als het gaat om emissies, maar
dat industrieën eenvoudiger zijn te benaderen
met afdwingbare emmisiereductiedoelstellingen.
In de bijdragen over de sociale dimensie van
sustainability werd opgeroepen tot minder rigiditeit
van arbeids- en arboregelgeving. De glas- en keramische
industrie is van oudsher volcontinu en seizoensgevoelig.
Dit noodzaakt tot eisen van flexibiliteit en mobiliteit
aan regels voor de arbeid.
In verband met de risico’s van de productie
werd door de fabrikanten nog eens benadrukt dat
iedere productie en ieder product per definitie
een risico voor mens en milieu inhoudt. Dit is
simpelweg niet te voorkomen hoewel de industrie
alles in het werk stelt om in een goede sociale
dialoog met wederzijdse standpunten en posities
rekening te houden.
In het slotdebat kwam van Griekse zijde de (kern-)vraag
aan de orde: is het de Europese politiek nu te
doen om een EU-brand (‘made in the EU’)
met zo nodig productie elders in de wereld of
om een werkelijk gezonde en concurrerende Europese
maakindustrie.
Een duidelijk antwoord konden of wilden de aanwezige
parlementariërs in ieder geval niet geven.
Het congres werd, met steun van de Europese Commissie,
georganiseerd door de Europese organisaties van
producenten van keramische producten (Cérame
Unie) en van glas (CPIV) alsmede de EMCEF namens
de werknemers in deze industrieën.