Inspraakreactie op PKB Ruimte voor de
Rivier
"Baksteenindustrie vraagt ruimte voor continuiteit"
Het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten
(KNB) heeft met een aan teleurstelling grenzende
zorg kennis genomen van de voornemens van het
Rijk met het uiterwaardengebied rond de grote
rivieren. De beleidsvoornemens houden onvoldoende
rekening houden met de zwaarwegende belangen van
de fabrikanten en miskennen zelfs de beheersfunctie
die deze industrie heeft in het uiterwaardengebied.
Bijna de helft van de fabriekslocaties bevindt
zich buitendijks terwijl de baksteenindustrie
voor wat betreft de winning van de voor haar zo
onmisbare klei op vooral de uiterwaarden is aangewezen.
De voornemens van het Rijk staan in Deel 1 van
de PKB Ruimte voor de Rivier waarop tot 24 augustus
jl. inspraak mogelijk was.
Ruimte voor klei, natuur en rivier
In haar inspraakreactie op de PKB wijst KNB op
het belang van een ongehinderde kleiwinning. Het
levert een in de praktijk bewezen bijdrage aan
herstel van de oorspronkelijke riviernatuur en
geeft door uiterwaardverlaging de rivier meer
ruimte. Deze algemeen erkende en herkenbare functie
wordt echter in de PKB onvoldoende benut. De baksteenindustrie
kan door kleiwinning een voortdurende rol vervullen
in een "eeuwigdurend" project "Ruimte voor de
Rivier". In die zin dient de baksteenindustrie
met haar kleiwinning een maatschappelijk belang
tegen de achtergrond waarvan het zelfs van visie
zou getuigen indien de overheid de baksteenindustrie
structureel inpast in het beleid van verlagen
en verlaagd houden van de uiterwaarden.
KNB pleit er voor dat een toekomstige ruimtelijke
ontwikkeling wordt gerealiseerd conform het in
de schaduw van de PKB (op)gestelde Regioadvies
van de betrokken provincies.
Zaak van langere termijn
KNB waarschuwt er verder voor dat door technische
maatregelen zoals kribverlaging en dijkverleggingen
mogelijkheden voor het winnen van in het keramisch
proces verwerkbare klei verloren kunnen gaan.
Dit vormt een onnodige verspilling van grondstoffen
maar kan ook leiden tot een tekort aan keramisch
verwerkbare klei. Dit klemt des te meer omdat
er momenteel nauwelijks nog nieuw vergunde projecten
zijn. Een en ander leidt tot een risico van discontinuïteit
op de langere termijn.
Voorts wijst KNB in haar inspraakreactie op de
aan de hand van de praktijk te verbeteren toepassing
van de beleidslijn Ruimte voor de Rivier en het
soms ontbreken van de mogelijkheid tot uitbreiding
(van gebouwen) binnen de bestaande hoogwatervrije
fabrieksterreinen. Op de langere termijn kan ook
dit de continuïteit van fabrieken bedreigen.
Samengevat is KNB van mening dat een op veiligheid
en continuïteit gericht beleid voor de rivieren
voldoende rekening dient te houden met de natuurlijke,
economische dragers in het buitendijks gebied
zoals de baksteenfabrieken dat zijn. KNB vindt
van dit alles in de PKB onvoldoende terug.
PKB
De PKB Ruimte voor de Rivier bevat het voorgenomen
beleid van het Rijk zowel om het gebied rond de
Rijntakken en het benedenstroomse deel van de
Maas uiterlijk in 2015 tegen extreem hoog water
te beschermen als de ruimtelijke kwaliteit ervan
te verbeteren. In samenhang hiermee is een Milieueffectrapport
opgesteld om het milieubelang te laten meewegen
in de besluitvorming.
KNB
Het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten
is de koepelorganisatie van de Nederlandse baksteenindustrie.
Lid zijn zowel nationale als multinationale ondernemingen
met gezamenlijk 44 productielocaties. Van de 25
in Gelderland gelegen fabrieken bevinden zich
er 21 in de uiterwaarden.
Het KNB behartigt de belangen van de leden op
het gebied van milieu, energie, grondstoffen,
normeringen en de bouwpraktijk. Verder draagt
het zorg voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht
aan de beroepspraktijk van ontwerper en verwerker
en is het actief op alle niveaus van opleiding.
De Nederlandse baksteenindustrie produceert metsel-
en straatbaksteen, zet gezamenlijk ca. 250 miljoen
euro om (2003) en biedt werk aan zo'n 1350 personen.