Succesvol symposium
over Keramiek en Architectuur
Ter gelegenheid van de opening van het Keramisch
Huis, de nieuwe huisvesting van het Koninklijk
Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten, werd
op 26 maart jl. een symposium georganiseerd. Thema
was Keramiek en Architectuur:
Jaap Huisman, hoofdredacteur van het RGD-magazine
“SMAAK” en onder meer redacteur bij
BOUW opende het symposium met waarderende woorden
voor de onderscheidende architectuur van het Keramisch
Huis. 'Maar', zo vervolgde hij, 'dat is op een
bedrijfsterrein ook niet zo moeilijk’.
Interessant was de bijdrage van Vera Yanovshtchinsky,
architecte en directeur van Vera Yanovshtchinsky
Architekten BV te Den Haag. Tijdens haar opleiding
op de TU Delft bleek baksteen niet in de gratie
te vallen van de leermeesters. Het moet daarom
pure rebellie tegen haar opleiding zijn geweest
die haar aanzette tot de realisatie van ontwerp-opgaven
met baksteen. Interessant is haar zoeken naar
grenzen wat met baksteen wel en niet haalbaar
is. Dat geldt niet alleen voor de soorten van
toepassing maar ook voor de baksteen zelf. Zij
houdt ervan te experimenteren met verschillende
steensoorten, om precies dat effect te krijgen
dat haar voor ogen staat, soms glad, dan weer
ruw. Zo noemt zij haar rockface, verwerkt in een
object in Den Haag (Didamstraat), een vernielde
baksteen.
Inmiddels is Yanovshtchinsky er van overtuigd
dat ook met prefab metselwerk meer mogelijk is
dan door architecten doorgaans wordt aangenomen.
Door Paul Ummels, marketing- en salesdirector
van CRH Kleiwarenbeheer werd ingegaan op de historie
van de rijkdom aan baksteen. Sinds een jaar of
tien bieden de baksteenfabrikanten een rijkdom
aan soorten aan, om in te spelen op de behoefte
van de architecten en om zich te onderscheiden.
Yanovshtchinsky juicht die variëteit toe.
'Als je ziet dat een architect een bepaald type
steen heeft gebruikt, wil je dat natuurlijk niet
meer herhalen. Je wilt je onderscheiden'.
Het Keramisch Huis is een goede expressie van
de mogelijkheden van het materiaal baksteen. Architect
Bart Weusten ontwierp twee vleugels met verschillende
bakstenen; glad en gelijmd aan de rivierkant en
ruw, gemêleerd en gemetseld aan de industriekant.
Het gebouw kijkt uit over de uiterwaarden van
de IJssel wat symbool staat als het begin van
alles in de keramiek. In het hart van het gebouw
golft een trap in een vide, die gebruikt wordt
als een ontmoetingsplaats. Weusten, derde spreker
op het symposium, zei beducht te zijn geweest
voor het maken 'een collage van materialen', iets
waartoe de gebruikers van het gebouw makkelijk
aanleiding zouden hebben kunnen gegeven. Hij heeft
zich daarom ingehouden, maar legde desondanks
grote keramische platen op de vloer, maakte een
stenen sierrand rondom een groot venster en markeerde
een hoek met blauwgeglazuurde dakpannen.