WITTE UITBLOEI OP METSELWERK
Algemeen
In metselwerk komen wateroplosbare bestanddelen
voor, die afkomstig kunnen zijn uit de metselsteen
en/of de metselmortel. De meest voorkomende oplosbare
bestanddelen zijn sulfaten en vrije kalk en worden
aangetroffen op metselwerk als witte uitbloei.
Deze wateroplosbare bestanddelen bevinden zich
in de met water gevulde poriën en capillairen
van het metselwerk. Door droging van het metselwerkoppervlak
ontstaat een watertransport vanuit de poriën
en capillairen naar het metselwerkoppervlak. De
opgeloste bestanddelen slaan neer in het drogingsfront,
dat zich in het metselwerk dan wel op het metselwerkoppervlak
kan bevinden. Dus afhankelijk van waar het drogingsfront
zich bevindt, zal zichtbare witte uitbloei optreden.
De maand februari 2003 kenmerkte zich als zeer
schraal, droog en zonnig. Een situatie die sedert
1901 niet meer zo extreem is voorgekomen ( Bron
KNMI).
Tengevolge van deze weersomstandigheden is een
zeer snelle droging van het metselwerk ontstaan.
Het drogingsfront op het metselwerkoppervlak is
oorzaak van de witte uitbloei van de in het water
opgeloste bestanddelen.
In de witte uitbloei komen naast vrije kalk ook
sulfaatverbindingen voor.
De ervaring met dit type witte uitbloei is dat
het overgrote deel, bij het oplopen van de relatieve
vochtigheid en door invloeden van weer een wind,
vanzelf verdwijnt.
Tijdens inspecties op diverse bouwwerken is geconstateerd
dat de werkomstandigheden waarin het metsel- en
voegwerk wordt gerealiseerd in hoge mate bijdragen
aan de verkleining van de kans op het ontstaan
van witte uitbloei.
Dit bericht is opgesteld in nauwe samenwerking
met NeMO (Nederlandse Mortel Organisatie).