DOORSTRIJKEN VAN BAKSTEENMETSELWERK
KNB info 06
Voegen in metselwerk hebben doorgaans een dikte
variërend tussen 8 en 15 mm. Deze dikte is
mede afhankelijk van de gewenste architectonische
expressie van een gevel en de maatspreiding van
de gekozen sortering bakstenen. De voeg beslaat
20 tot 25 % van het geveloppervlak.
Schadeanalyses naar de
kwaliteit van het voegwerk in metselwerk (soms
nog geen tien jaar oud), leidde in 1993 tot
de SBR-CUR publicatie " De kwaliteit van
voegen in metselwerk".
Naast de invoering van voeghardheidsklassen
voor voegwerk en de te bereiken kwaliteitsniveaus
bij het mechanisch verdichten van de voeg wordt
ook de doorstrijktechniek aanbevolen. |
Geheel onterecht,
wordt vaak veronderstelt dat door het achteraf "voegen"
na het metselen, het metselwerk waterdicht te maken
is. Niets is minder waar. Ook een voeg blijft een
poreuze vulling tussen de stenen.
Deze denkfout zien we veelvuldig terug bij ½
steens metselwerk van garages en bergingen waarbij
aan twee zijden wordt uitgekrabd, waardoor soms
maar krap 6 cm mortelbed tussen de stenen overblijft.
De veronderstelling dat de later aangebrachte voeg
het metselwerk waterdicht maakt faalt hier veelvuldig.
Speciaal bij metselwerk waarbij verdiept voegwerk
wordt verlangd heeft doorstrijken de voorkeur ten
opzichte van navoegen.

Bij gebruik van baksteen die zeer
weinig zuigend is (klasse IW1 volgens tabel 4 van
BRL 1007) is het advies om metselwerk uit te voeren
als doorstrijkwerk.
Bij traditioneel voegen in dit type metselwerk
kan van de voegmortel, door zijn aardvochtigheid,
slechts een geringe hechting verwacht worden op
het steenoppervlak en vindt (vrijwel) alleen hechting
plaats aan de achterliggende metselmortel.
Bij de uitvoering van het metselwerk
dient "vol en zat" gemetseld te worden.
Stoot– en lintvoegen dienen goed
gevuld te zijn met mortel. Het is de metselaar die
de afwerking verzorgd van de voegen, door de overtollige
mortel uit te krabben en vervolgens af te werken
met de metselmortel.
Hiervoor is een speciale voegroller ontwikkeld waarmee
het mogelijk is de metselwerkvoegen op een constante
diepte (tussen de 5 mm en 15 mm) af te werken. Platvolle
voegen zijn hierbij onmogelijk.
Door gebruik te maken van speciale profielen is
het tevens mogelijk de voeg een speciaal uiterlijk
te geven. De oppervlakte van de mortel wordt door
dit apparaat ook nog iets verdicht. De metselmortel
vormt zo een monolithisch geheel tussen de stenen.

Slechte aanhechting van de voeg komt
bij doorgestreken metselwerk niet voor. De kwaliteit
van doorgestreken metselwerk is dan ook hoog. Het
toepassen van doorgestreken metselwerk vereist wel
een aparte technische vaardigheid van de metselaar.
Door fabrikanten van prefabmortels zijn speciale
doorstrijkmortels ontwikkeld, waarbij het tijdstip
van afwerken beter gestuurd kan worden zonder dat
de stabiliteit tijdens het verwerken of het verdichten
van de mortel wordt aangetast. De keuze van de geprefabriceerde
doorstrijkmortel moet worden afgestemd op de klasse
van de initiële wateropzuiging van de baksteen.
De mortels zijn ook in kleur leverbaar.
Een trend is het maken van stootvoegloos doorgestreken
metselwerk. De stootvoegen zijn dan niet voorzien
van metselmortel en hebben een theoretische breedte
van 2 mm. Dit type metselwerk versterkt de horizontale
belijning vooral als verdiept is doorgestreken.
Het komt ook wel voor dat na het vol en zat metselen
slechts op diepte wordt uitgekrabd en vervolgens
met een harde bezem het metselwerk wordt nageborsteld.
Aandachtspunt hierbij is wel dat stoot- en lintvoeg
op gelijke diepte en doorsnede worden uitgekrabd
Een methode die zich uitsluitend leent voor verdiepte
ligging van de voeg.
Velp, maart 2009
Koninklijk Verbond van
Nederlandse Baksteenfabrikanten
Tel. 026 - 3845630
KNB en door deze
ingeschakelde derden betrachten hun uiterste best
en de grootst mogelijke zorgvuldigheid om tot een
in alle opzichten toereikende dienstverlening te
komen. Het is desondanks altijd denkbaar dat sprake
kan zijn van een omissie, een gebrek en/of een onnauwkeurigheid,
onjuistheid of onvolledigheid in een advies of product.
KNB alsmede de door deze ingeschakelde derden aanvaarden
geen enkele aansprakelijkheid voor welke schade
ook die daarvan het gevolg is, zou kunnen zijn of
geacht wordt te zijn.