PERFORATIES
IN STRENGPERS-BAKSTEEN
KNB info 19
De argwaan die er is voor het toepassen
van geperforeerde strengpersbaksteen (of ‘gaatjes-baksteen’)
wordt veroorzaakt door vorstschades die zich enkele
tientallen jaren geleden hebben voorgedaan.
Tegen de toepassing van geperforeerde
strengperssteen in gevelmetselwerk bestaat geen
enkel bezwaar. Het optreden van vorstschade ten
gevolge van het bevriezen van water in de perforaties
berust op een misverstand. Bij een deugdelijke detaillering
en uitvoering van het buitenspouwblad zal (zak)water
uit het metselwerk, over de waterkeringen worden
afgevoerd.
Voor wat betreft de vorstbestandheidsklasse van
metselbaksteen, volgens NEN 2872 en NPR-CEN/TS 772-22
en beoordelingsrichtlijn 1007 t.b.v. KOMO keur,
worden twee gebruiksklassen onderscheiden:
Klasse F2/C, voor gebruik in normale
geïsoleerde spouwmuurconstructies
Klasse F2/D, voor gebruik in metselwerkconstructies
met een hoge waterbelasting of zeer slechte droging
van het metselwerk.
Te denken valt hierbij aan metselwerk grenzend aan
een waterpartij, rollagen op muurafdekkingen en
schoorstenen e.d.
Kenmerken van geperforeerde
strengpersbaksteen
Geperforeerde strengperssteen vertoont in mindere
mate dan volle strengperssteen een ellipsvormig
gelaagde materiaalstructuur waardoor deze tijdens
het
bakproces eenvoudiger tot een volledige samensmelting
komt. De structuur van geperforeerde strengperssteen
is
daardoor in de regel homogener dan die van volle
streng-
persstenen.
Het drogen en bakken van geperforeerde
strengperssteen geschiedt gelijkmatiger doordat
de
atmosfeer over een groter productieoppervlak “aangrijpt”
met als gevolg een doorgaans meer maat- en kleurvaste
baksteen.
Geperforeerde strengperssteen kan zonder
beperking aan de voor de gekozen toepassing vereiste
vorstbestandheidsklasse voldoen.
Kenmerken van geperforeerde strengperssteen
in
gevelmetselwerk
Metselmortel is aanzienlijk poreuzer dan de reguliere
strengperssteen.
De hoeveelheid water die de gevel binnendringt komt
dan ook vrijwel uitsluitend via de voegen in het.
buitenspouwblad.
De kwaliteitsaspecten van metsel- en voegmortel
zoals dichtheid en aanhechting zijn dus bepalend
voor de hoeveelheid water die een gevel
binnendringt en niet de aanwezigheid van gaatjes
in baksteen! Het is weliswaar niet ondenkbeeldig
dat vanuit de bovenliggende voeg wat water in de
gaatjes terechtkomt, maar door de poreusheid van
de
onderliggende voeg zal dit ook snel weer worden
afgevoerd naar de spouw.
In het algemeen zal het verticale watertransport
in de gevel wat sneller verlopen dan in gevels met
volle stenen, met als gevolg dat het
buitenspouwblad eerder droog zal zijn. De kans op
vorstschade ten gevolge van het bevriezen van water
in de perforaties is derhalve theoretisch verwaarloosbaar
klein en in de praktijk nihil.
Een bijkomend gevolg van een sneller drogende muur
is dat de verkleuring van de muur door zich aan
de muur hechtende vervuiling in mindere mate zal
optreden.
De scherf (het keramisch materiaal) van de toegepaste
baksteen bepaalt het evenwicht tussen vochtopname
en droging van de gevel.
Kwaliteitszorg gevelmetselwerk
met geperforeerde
strengmetselstenen.
Voor het bereiken van de gewenste kwaliteit moet
het ontwerp voldoen aan de gestelde eisen. De materiaalspecificaties
van baksteen, metsel- en voegmortel moeten zijn
afgestemd op de beoogde toepassing. Tenslotte moet
de uitvoering zorgvuldig geschieden.
Dit houdt onder andere in;
Er moet een voldoende gedimensioneerde luchtspouw
van minimaal 40 mm. worden toegepast. Deze dient
zoveel mogelijk vrij van speciebaarden te blijven.
In de praktijk wordt geen gebruik meer gemaakt van
een zogenaamde spouwlat voor het verwijderen van
speciebaarden. Bij een spouw met een ontwerpmaat
van minder dan 40 mm. bestaat in de uitvoeringsfase
een grote kans op het ontstaan van spouwvullende
speciebaarden. Dit kan capillaire werking naar het
binnenspouwblad en/of naar de isolatie veroorzaken,
alsmede het onvoldoende opdrogen van het buitenspouwblad
door gebrekkige beluchting van de spouw. Bij hogere
vochtbelasting neemt het vorstschaderisico toe.
In de gevel moeten voldoende open stootvoegen worden
aangebracht ter plaatse van fundering, gevelbeëindigingen
en boven gevelopeningen.
Omdat de toegepaste bakstenen een relatief dichte
structuur en een lage specifieke wateropzuiging
hebben, dragen ze weinig bij aan de waterbuffer
functie van het metselwerk. Omdat de waterbelasting
op de voeg in dat geval groter wordt, verdient het
aanbeveling speciale aandacht te besteden aan de
kwaliteit van de voegen door "vol en zat"
te metselen en het metselwerk door te strijken in
de metselmortel.
Door deze maatregelen zal de hoeveelheid water die
in de gevel komt worden beperkt.
De richtlijnen voor de verwerking van metselbaksteen
dienen nauwkeurig te worden nageleefd.
Voor strengpersbaksteen gelden t.o.v. andere vormmethoden
voor baksteen geen aanvullende eisen.
Velp, juni 2008
Koninklijk Verbond van
Nederlandse Baksteenfabrikanten
Tel. 026 - 3845630
KNB en door deze ingeschakelde derden betrachten
hun uiterste best en de grootst mogelijke zorgvuldigheid
om tot een in alle opzichten toereikende dienstverlening
te komen. Het is desondanks altijd denkbaar dat
sprake kan zijn van een omissie, een gebrek en/of
een onnauwkeurigheid, onjuistheid of onvolledigheid
in een advies of product. KNB alsmede de door deze
ingeschakelde derden aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid
voor welke schade ook die daarvan het gevolg is,
zou kunnen zijn of geacht wordt te zijn.