SCHILDEREN
OF PLEISTEREN VAN BAKSTEENMETSELWERK
KNB info 20
Voor goed gedetailleerd en op
de juiste wijze uitgevoerd gevelmetselwerk in baksteen
zijn afwerklagen in de vorm van schilderwerk of
pleisterwerk onnodig en verhogen de onderhoudsbehoefte.
Wanneer, om welke reden dan ook, besloten wordt
om toch een afwerking aan te brengen dienen altijd
de uitvoeringsrichtlijnen en aanbevelingen van de
fabrikant van het afwerksysteem te worden gevolgd.
Voor de baksteen geldt een aanvullende eis voor
het sulfaatgehalte.
De baksteen
Let vooral op de geschiktheid van het afwerksysteem
voor het te schilderen of te bepleisteren baksteentype.
Sommige systemen zijn bijvoorbeeld ongeschikt voor
het afwerken van strengperssteen, verblendsteen
en trasraamklinker. De matig- en normaal zuigende
baksteencategorieën (klasse IW2 en IW3) vormen
de meest geschikte ondergrond. Bij zeer weinig zuigende
(IW1) en sterk zuigend bakstenen (IW4) zijn meestal
aanvullende maatregelen nodig. Bakstenen die mangaan
bevatten zijn niet geschikt, omdat de kans groot
is dat deze ondergrond verkleuringen in het afwerkvlak
veroorzaakt.
De metselbaksteen moet voldoen aan de Europese norm
NEN-EN 771-1 'Metselbaksteen' en aan de BRL 1007
‘Metselbaksteen’. Bij schilderwerk of
pleisterwerk op baksteen- metselwerk zijn vooral
het sulfaatgehalte en de vorstbestandheid van de
steen en het metselwerk van belang.
De benodigde prestaties zijn afhankelijk van het
te gebruiken afwerksysteem. Het pleisterwerk mag
geen gips bevatten en dient damp-open en waterafwijzend
te zijn. Bij verf is van belang of deze op basis
is van mineralen of op basis van (alkyd)-hars. Bij
beide systemen kunnen door de verfproducent aanvullende
eisen worden gesteld aan de ondergrond. De technische
voorwaarden waaraan de baksteen in die toepassing
moet voldoen, luiden als volgt:
- De baksteen moet voldoen aan de eisen in
BRL1007 "Metselbaksteen".
Sulfaatgehalte van baksteen mag ten
behoeve van schilderen niet meer dan 0,10% (m/m
bedragen). Indien door leveranciers van verfsystemen
of pleistersystemen aanvullende eisen aan deze
bovengrens worden gesteld, is het noodzakelijk
dit in het bestek vast te leggen en deze eis
bij aankoop van de bakstenen te communiceren.
- Wanneer het verfsysteem als dampremmend kan
worden beschouwd dan is de invloed daarvan op
het hygrisch gedrag van de stenen van dien aard
dat de bakstenen aan vorstbestandsklasse F2/D
moeten voldoen.
- Is het verfsysteem niet dampremmend dan is
vorstbestandsklasse F2/C voldoende.
Is een bepaald afwerksysteem gekozen
dan hoort daar dus een bepaalde vorstbestandheidsklasse
bij. Dit is van invloed op de baksteenkeuze. Omgekeerd
geldt dat de vorstbestandheidsklasse van een bepaalde
baksteensortering eisen stelt aan het te kiezen
verfsysteem.
Wanneer men daar prijs op stelt, kan door de baksteenproducent
op verzoek van de afnemer of opdrachtgever een vorstgarantieverklaring
worden afgegeven.
Aandachtspunten
Het is in eerste instantie de verantwoordelijkheid
van de architect een technisch deugdelijke bestekomschrijving
te maken van het gevelmetselwerk waarop een afwerksysteem
wordt aangebracht. Het is vervolgens de verantwoordelijkheid
van de producent van het afwerksysteem om te bepalen
wat de eigenschappen van de ondergrond zijn en de
specificaties van het afwerksysteem daarop af te
stemmen.
De chemische invloeden van het metselwerk op de
verf worden naast de steen vooral bepaald door de
metsel- en voegmortel.
Verder zijn er verfproducenten die adviseren om
bij nieuwbouw pas een jaar na het metselen eventueel
te gaan schilderen omdat inhoudstoffen in de vorm
van zouten aanleiding kunnen geven tot schade. Meestal
is na een jaar deze ‘vroege witte uitslag’
verdwenen. De voeghardheid dient minimaal VH35 te
zijn. Bakstenen met een relatief zwaardere bezanding
dienen voor het aanbrengen van het verfsysteem te
worden afgeborsteld.
Het verdient aanbeveling in geval
van geschilderd baksteenmetselwerk een goede beluchting
van de luchtspouw mogelijk te maken. Daarvoor moeten
ter plaatse van alle horizontale beëindigingen
van het metselwerk, zoals onder en boven een kozijn,
bij de dakaansluiting en vlak boven het maaiveld
per twee a drie strekken een stootvoeg open worden
gelaten. Voor een goede afvoer van vocht dat achter
het buitenspouwblad kan komen, moeten ter plaatse
van de aansluiting van het metselwerk op de fundering
per twee strekken een stootvoeg worden opengelaten.
Velp, oktober 2010