STAALSPANNING IN SPOUWANKERS (berekening)
KNB info 22
Door het verplaatsingsverschil tussen
een gemetseld buitenblad en de achterliggende constructie
ontstaan spanningen in de spouwankers. Belangrijk
is dat schade aan de spouwankers door het verplaatsingsverschil
wordt voorkomen. Dit verplaatsingsverschil wordt
veroorzaakt door verschillende invloeden. Deels
zijn deze eenmalig, denk hierbij aan krimp- en kruipverkorting
van de draagconstructie, en deels zijn deels regelmatig
terugkerend, de verplaatsingsverschillen veroorzaakt
door temperatuursvariaties. Ervaringen uit de praktijk
leren dat er zowel op korte als op lange termijn
geen schade aan de traditioneel toegepaste spouwankers
ontstaat ten gevolge van deze spanningen.
Berekeningswijze
De buigspanning in het spouwanker ten gevolge van
een opgelegde vervorming worden bepaald met de onderstaande
formule uit de mechanica:

In deze formule zijn:
| E |
de elasticiteitsmodulus
van het spouwankermateriaal
(= 2,0x105 N/mm2) |
| d |
de diameter spouwanker in
mm |
| v |
het verplaatsingsverschil
tussen het buitenblad en
de binnenconstructie in mm/m |
 |
de beschouwde lengte van het
spouwanker in mm |
De lengte
is
de spouwbreedte vermeerderd met tweemaal de inklemmingslengte
van het spouwanker (zie figuur 2). De inklemmingslengte
is de inbeddinglengte van het anker in het metselwerk
tot daar waar de hoekverdraaiing van het anker nul
is.
De inklemmingslengte wordt geschat op tweemaal de
ankerdiameter.
fig. 2 Beschouwde lengte van het spouwanker
Welke vervorming kan optreden?
De vervorming kan worden berekend met de volgende
formule:

In deze formule zijn:
 |
het verschil tussen
de momentane temperatuur en de extreme temperatuur.
In de CUR-aanbeveling 82 ‘Beheersing van
scheurvorming in steenconstructies’ zijn
in artikel 5.5 de volgende waarden genoemd:
- momentane temperatuur: T = 17 ºC;
- extreme temperatuur: T = 53 ºC |
 |
de thermische uitzettingscoëfficiënt
voor baksteenmetselwerk. Hiervoor wordt in artikel
4.9 van de CUR-aanbeveling 82 de waarde gegeven |
| L |
de beschouwde lengte in mm |
Het verplaatsingsverschil dat ontstaat
door opwarming van het buitenblad van de momentane
temperatuur tot het maximum temperatuur is voor
een meter lengte gelijk aan:

In het onderstaande voorbeeld wordt de buigspanning
in de spouwankers ten gevolge van een verplaatsingsverschil
door een temperatuurvariatie bij een standaardsituatie
bepaald. De buigspanning in de ankers wordt rechtevenredig
lager naarmate het spouwanker dunner wordt en snel
veel lager (kwadratisch effect) bij toenemende spouwbreedte.
Voorbeeld
Uitgangspunten voor de berekening zijn:
- een gevelhoogte van 11 m;
- een spouwbreedte van 150 mm;
- een ankerdiameter van 4 mm;
- een rekenwaarde van de vloeigrens of de 0,2%-rekgrens
van het staal van
240 N/mm2;
- een rekenwaarde voor de elasticiteitsmodulus
van 2,0 x 105 N/mm2.
Dit geeft als resultaat:

De buigspanning wordt dan:

In tabel 3 zijn ook de waarden vermeld
voor een anker met een diameter van
5 en 6 mm en voor een spouwbreedte van 200 mm.
Tabel 3. Optredende buigspanning in
spouwankers bij verschillende spouwbreedte
Uit de berekening volgt dat de spanning
in een spouwanker ten gevolge van het verplaatsingsverschil
tussen het buitenblad en de binnenconstructie snel
oploopt. Als ook rekening wordt gehouden met de
eenmalig optredende verplaatsingsverschillen is
het zeker mogelijk dat de vloeispanning of de
0,2%-rekgrens van het ankermateriaal overschreden
wordt.
Dit is mede de reden dat bij de constructieve
beoordeling van spouwankers aangenomen wordt dat
de kniklengte gelijk is aan de spouwbreedte en er
geen capaciteit wordt ontleend aan een inklemming
in het binnen- of buitenblad.
Uit de tabel kunnen we ook opmaken
dat bij een spouwbreedte van 150 mm het gebruik
van spouwankers met een diameter groter dan 4 mm
de buigspanning oploopt. Bij 5 mm is deze al 250
N/mm2 en bij 6 mm
288 N/mm2. Dit is ver boven de maximaal toegestane
waarde van de uitgangssituatie en wordt om die reden
afgeraden.
Om te voorkomen dat de spanningen,
maar vooral ook de rekken in het spouwankermateriaal
ten gevolge van verplaatsingsverschillen tussen
het buitenblad en de draagconstructie te vaak hoog
oplopen is het noodzakelijk om de grootte van deze
verplaatsingsverschillen te beperken. Dit kan worden
gedaan door de adviezen voor het toepassen van bouwfysische
dilatatievoegen toe te passen en een verstandige
keuze te doen voor de verhouding tussen de spouwbreedte
en de ankerdiameter.
In NPR 6791:2009 wordt daarom geadviseerd tot een
spouwbreedte van
180 mm ankers met een diameter van maximaal 4 mm
toe te passen.
Koninklijk Verbond van
Nederlandse Baksteenfabrikanten
Tel. 026 - 3845630
KNB en door deze ingeschakelde derden betrachten
hun uiterste best en de grootst mogelijke zorgvuldigheid
om tot een in alle opzichten toereikende dienstverlening
te komen. Het is desondanks altijd denkbaar dat
sprake kan zijn van een omissie, een gebrek en/of
een onnauwkeurigheid, onjuistheid of onvolledigheid
in een advies of product. KNB alsmede de door deze
ingeschakelde derden aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid
voor welke schade ook die daarvan het gevolg is,
zou kunnen zijn of geacht wordt te zijn.