Voor het verkrijgen van een homogeen kleimengsel
met de gewenste plasticiteit voor de volgende
stappen in het productieproces moet men rekening
houden met de vervormbaarheid, het gedrag tijdens
het drogen en het bakken, de mineralogische
samenstelling, de porositeit en de mechanische
sterkte.
Stap 3. Het vormen van de baksteen
In de grof- ofwel bouwkeramiek (baksteen, dakpannen
en tegels) gebeurt de vormgeving nagenoeg machinaal.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen vormgeving
in een mal (handvorm- en vormbakstenen) en vormgeving
door extrusie (strengpersstenen). Bij de vormgeving
worden de mallen nat gemaakt, met zand bestrooid
en vervolgens met het kleimengsel gevuld. De
mallen worden na het vormen, gereinigd met water
en opnieuw gebruikt. Het spoelwater wordt over
het algemeen in een interne kringloop hergebruikt.
Deze manier van werken beperkt het waterverbruik
en vermijdt elke vorm van waterverontreiniging.
Het kleioverschot van het vormgevingsproces
wordt weer ingezet in de grondstofvoorbewerking,
zodat bij de vormgeving in principe geen primaire
grondstoffen verloren gaan.
Stap 4. Drogen van de vormelingen
Het drogen van de gevormde stenen (vormelingen
genaamd) vindt plaats in droogkamers. De temperatuur
en de vochtigheidsgraad worden met precisie
geregeld in elk stadium van het droogproces.
Tijdens het droogproces verdampt het water uit
de stenen, soms wel 0,3 liter per steen. Het
energieverbruik is in dit stadium gering doordat
de warme lucht, afkomstig van de afkoelingszone
van de tunneloven, intern wordt hergebruikt.
Stap 5. Het bakken van baksteen
Het bakken gebeurt in drie fasen volgens een
bakcurve specifiek voor het type klei en het
beoogde resultaat. De eerste fase is het doorlopen
van een opwarmingszone tot ongeveer 800°C.
Deze wordt gevolgd door de sinteringsfase, de
eigenlijke bakfase; de kleimassa ondergaat een
reeks van chemische en fysische veranderingen
die ervoor zorgt dat de keramische verbindingen
gevormd worden. Als laatste volgt de afkoelingsfase.
Een bakcyclus duurt gemiddeld 2 tot 3 dagen.
Het eindproduct heeft na het bakproces zijn
gewenste eigenschappen, zoals druksterkte, porositeit,
vorstbestendigheid, poriënvolume en waterabsorptie.
Producten die na het bakken ten gevolge van
scheuren, breuk of andere oorzaken ongeschikt
zijn voor verkoop, kunnen na vermaling opnieuw
ingezet worden als grondstof. Op deze wijze
gaat geen productie-uitval verloren.
De ovens die het meest gebruikt worden, zijn
tunnelovens. Ze laten een continue productie
toe. Een tunneloven kan wel 210 m lang zijn
en 5 m hoog. De productie van baksteen vereist
een bepaalde hoeveelheid energie om de temperatuur
in de bakoven boven de 1000°C te krijgen.
De laatste dertig jaar verminderde het energiegebruik
met ongeveer 30%. Dit is te danken aan het voortdurend
investeren, aan het ontwikkelen van steeds betere
droogovens en moderne bakovens, aan het optimaliseren
van de energetische efficiency en aan het automatiseren
van het productieproces. Daarnaast wordt meestal
aardgas als brandstof toegepast; een schone
energiebron en daardoor het minst belastend
voor ons milieu.
Het bakproces brengt overigens een luchtuitstoot
met zich mee, waarvoor grenswaarden door een
strenge reglementering zijn opgelegd. De stof-
en gasvormige emissies zijn onderworpen aan
regelmatige metingen door erkende instellingen;
de samenstelling van de rookgassen wordt geanalyseerd.
Het zijn uitsluitend de in de primaire grondstof
aanwezige bestanddelen die de schoorsteen verlaten.
De emissienormen worden behaald door de toepassing
van de best beschikbare technieken. De baksteenindustrie
zet alles in het werk om de hinder tot een minimum
te beperken, zowel op lokaal als op wereldniveau.
Een voortdurende verbetering van de beschikbare
technieken laat enerzijds toe, de energie op
een meer rationele wijze te gebruiken en anderzijds
de uitstoot te verminderen.
Tenslotte krijgen de bakstenen na het bakproces
de gelegenheid om af te koelen, waarna ze worden
gepalletiseerd en eventueel ingepakt in krimp-
of wikkelfolie. De bakstenen worden op het tasveld
geplaatst in afwachting van het transport naar
afnemers. Er wordt bewust gestreefd naar een
minimale hoeveelheid verpakkingsmateriaal in
verband met de doelstellingen in het Verpakkingenconvenant
III. Bakstenen laten zich in principe prima
verplaatsen en opslaan als onverpakte (deelbare)
12-voets pakketten. Er zijn afnemers die de
stenen om uiteenlopende redenen graag verpakt
aangevoerd zien worden en ook dat kan worden
verzorgd; want hoe meer bakstenen in gevels
worden verwerkt, hoe mooier Nederland wordt.